Account Voor zorgverleners

Pijn door artrose

Print pagina

Pijn is een naar gevoel. Het is vervelend, en soms ook erg heftig. Het kan constant zeurend aanwezig zijn of als korte felle steken voorkomen. Geen mens is hetzelfde als het om pijn gaat. Wat bij de ene persoon flink pijn doet, kan voor een ander best meevallen. Er bestaan verschillende vormen en niveaus van pijn. Pijn kan ook wisselen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld meer pijn voelen als je moe bent, gespannen, als je slecht hebt geslapen of een drukke dag hebt gehad met veel activiteiten. Ook kou of lang zitten kan zorgen voor meer pijn. Veel mensen met artrose hebben pijn na lang liggen of zitten. Aan de pijn kun je niet meteen zien hoe erg de artrose is. Pijn hangt samen met wat er in je lichaam én in je dagelijks leven gebeurt.

In het kort:

  • Pijn kan verschillende vormen hebben. Het kan constant aanwezig zijn of uit korte felle steken bestaan. Het kan zeurend zijn of heel heftig;
  • Aan pijn is wat te doen: je kunt pijnstillers gebruiken of medicijnen. Bewegen is ook goed. Kijk een film, zodat je even niet meer denkt aan de pijn.
  • Soms is het goed je werkplek aan te passen of zelfs ander werk te gaan doen.
  • Praat met anderen over je pijn. Met je naasten, maar ook met je werkgever. Dan begrijpt men wat je doormaakt.

Waarom doet artrose pijn?

Artrose kan pijn doen omdat het kraakbeen in het gewricht (knie of heup) dunner en zachter wordt. Dit kraakbeen zorgt normaal voor een soepele beweging van het gewricht. Als het kraakbeen slijt, gaan de botten meer tegen elkaar wrijven en dat geeft pijn. Ook kunnen er door artrose ontstekingen in het gewricht ontstaan. Hierdoor wordt de knie of heup warm, stijf en gevoelig. Deze veranderingen voelen vaak pijnlijk aan, vooral bij het bewegen of bij lang staan.

Gewricht met en zonder artrose
Afbeelding van een gezond gewricht en een gewricht met artrose. Het laat zien wat er gebeurt als het kraakbeen verslechtert en er knobbels (osteofyten) ontstaan. Bron: Reuma.nl.

Wat kun je doen als je pijn hebt?  

Heb je pijn en kun je daardoor minder bewegen? Gebruik dan pijnstillers, zoals paracetamol of een NSAID-gel. Deze medicijnen werken goed en geven de minste bijwerkingen:

  • Paracetamol: dit is een simpele pijnstiller die je kan helpen.
  • Ontstekingsremmende pijnstillers: deze medicijnen helpen tegen de pijn en verminderen ook ontstekingen.
  • Crèmes en gels: er zijn speciale crèmes of gels die je op de pijnlijke plek kan smeren. Deze medicijnen komen minder in je bloed, waardoor je minder last hebt van bijwerkingen.

Blijft de pijn aanhouden? Ga dan naar de huisarts, fysiotherapeut of oefentherapeut. Samen bespreek je wat voor medicijnen of behandelingen mogelijk zijn.

Praat over je pijn met je partner, familieleden, collega’s of anderen in je omgeving. Mensen hebben niet altijd door dat jij pijn hebt. Of ze begrijpen niet hoe erg het is. Door erover te praten help je ze om jou beter te begrijpen. Zo kunnen zij rekening met je houden en helpen als dat nodig is.

Zoek afleiding. Maak een wandeling, kijk een film of zoek vrienden op. Dan denk je misschien even minder aan de pijn.

Blijf zoveel mogelijk in beweging als het kan. Dat houdt je lichaam fit en voorkomt dat je juist meer pijn krijgt, doordat je te weinig beweegt.

Heb je veel pijn?

Geef je gewricht een tijdje rust. Dat doe je door bijvoorbeeld een tijdje minder vaak of gewoon wat korter te lopen. Of door minder zwaar werk te doen. Blijf het pijnlijke gewricht regelmatig bewegen. Gaat het iets beter? Probeer dan voorzichtig je normale dingen weer te doen. Je kunt ook naar de huisarts gaan om te bespreken of pijnstillers mogelijk zijn voor jou.

Pijn en werk

Kun je je werk minder goed doen? Bespreek dit dan met je werkgever. Praat ook met de bedrijfsarts. Die bespreekt met jou hoe je zo goed mogelijk kunt blijven werken. Soms is het nodig om (tijdelijk) ander werk te gaan doen.

Tips voor naasten

Het kan erg moeilijk voor je zijn als jouw naaste pijn heeft. Je kunt namelijk niets doen om die pijn weg te nemen. Toch zijn er dingen die je kunt doen om naasten te helpen met hun pijn om te gaan. Toon begrip. Zeg bijvoorbeeld niet: “Ga je nu al weg?” als iemand maar kort op je feestje komt. Zeg liever: “Wat fijn dat je er toch even was.” Voor iemand met pijn kan een kort bezoek namelijk al een hele inspanning zijn.